In de besluitvorming rond de Schaalsprong heeft de gemeenteraad moeite gehad zich krachtig op te stellen, zowel richting het college als richting de Almeerse bevolking. Dat concluderen prof. dr. Frank Hendriks en dr. Gerard Drosterij in hun boek ’De zucht naar goed bestuur in de stad’.

De auteurs analyseerden de Almeerse gemeenschap, de wijze waarop het bestuur en de politiek tot besluiten komen en de mate waarin de gemeenschap wordt betrokken bij de besluitvorming.
Ondanks de grote betrokkenheid van de gemeenteraad was de Schaalsprong volgens Hendriks en Drosterij een aangelegenheid van het college van burgemeester en wethouders en in het bijzonder wethouder Adri Duivesteijn. ’Zijn persoonlijke stijl, de complexiteit van het project en de grote belangen die erbij op het spel stonden, maakten dat de gemeenteraad geen stevig stempel heeft kunnen drukken op de afspraken die in het IAK (afspraken over de groei van Almere, red.) zijn gemaakt.’

De gemeenteraad heeft volgens de auteurs wel de bevolking opgezocht, maar nagelaten hun wensen en behoeften om te zetten in concrete afspraken. Ondertussen kon het college ongehinderd zijn gang gaan bij het vaststellen van het afsprakenakkoord (IAK) met provincie en het Rijk.

Desondanks heeft de politieke markt wel een belangrijke impuls gegeven aan het democratische debat over de toekomst van Almere. Niet alleen tussen raadsleden onderling, maar ook tussen raadsleden en de plaatselijke gemeenschap. Toch pleiten de auteurs voor maatschappelijke plekken in de stad, waar raadsleden hun oor te luister kunnen leggen bij de bevolking.

Bron: Almere Vandaag

Advertenties